Pop art
- Andy Warhol
- Strip
- Vervreemding
- Kleuren
- Lijnen
- Commerciële voorwerpen
Afbeelding 2 Andy Warhol
Roy Lichtenstein is geboren op 27 oktober 1923 in New York. Hij liet zich inspireren door kranten en tijdschriften, door fragmenten uit stripverhalen waarin stereotype emoties gebruikt werden. Hij maakte vooral kunst met felle en primaire keuren omlijnd door vette zwarten lijnen. Dit deed mensen denken aan de afbeeldingen van cartoons. In de jaren vijftig had Lichtenstein zijn eerste tentoonstelling, ook gaf hij les op verschillende universiteiten. Hij gebruikte basistechnieken van het abstract expressionisme en thema’s als cowboys, indianen en papiergeld. In de jaren zestig liet hij zich inspireren door strips en stripfiguren. Hij gebruikte meestal de kleren rood, geel en blauw in combinatie met dikke zwarte lijnen. Ook werkte hij met een speciaal soort stippen, raster dots werden deze genoemd. Hierdoor kregen zijn schilderijen een echte striplook. Lichtenstein schilderde ook voorwerpen uit de consumptiemaatschappij, gewoon zoals de dingen waren. Later liet hij zich meer inspireren door Picasso, Mondriaan en Monet, halverwege de jaren zestig ging hij daarom ook zonsondergangen en landschappen schilderen, maar wel in zijn eigen bekende stijl.
Claes Oldenburg is geboren op 28 januari 1929 in Stockholm. Hij studeerde aan de Yale-universiteit en het Art institute of Chicago. Hij is bekend geworden door zijn kunstwerken in de openbare ruimte. Hij laat vaak grote versies zien van alledaagse gebruiksvoorwerpen zoals een wasknijper, tang, zaag enzovoort. Hij maakt ook replica’s van etenswaren, zoals ijs, hamburgers en taart. Ook is hij bekend van zijn soft sculptures, dat zijn voorwerpen die normaal hard zijn, gemaakt van hele zachte en flexibele materialen. Oldenburg maakt niet alleen kunstobjecten hij werkt ook mee in de architectuur.
Voorbereiding
|
Context
|
Belevingswereld
Tekening maken van eigen portret foto, dit spreekt de leerlingen aan omdat ze het leuk vinden om met hun eigen foto te werken.
|
Basisplan
|
Opdracht en randvoorwaarden
De leerlingen trekken een foto over van zichzelf, hierbij moeten ze details weghalen en alleen de hoognodige lijnen gebruiken. Dit portret deze kleuren ze in met drie verschillende kleuren met waterverf.
| |
Doelen
|
Beeldend doel:
De leerlingen zorgen ervoor dat andere mensen nog steeds kunnen zien wie er op het portret staat.
Technisch doel:De leerlingen leren het portret inkleuren met drie verschillende kleuren met de voorwaarde dat zichtbaar moet blijven wie de persoon op het schilderij is.
| |
Receptie
/Oriëntatie |
Introduceren
|
Beeldcultuur
Om het geheel in te leiden laat ik wat foto’s zien van de leerlingen die ik heb gemaakt, ik vraag wat belangrijk is in een foto om te kunnen zien wie het is. Welke lijnen zijn belangrijk, wat kun je weg laten?
|
Instrueren
|
Beeldend Probleem
Zorgen dat zichtbaar blijft wie degenen op de foto is, het weghalen van details en lijnen in de originele foto.
| |
Productie
/Uitvoering |
Observeren
| |
Begeleiden
|
Werkprocessen
- experimenteren met het weghalen van lijnen en details
- experimenteren met verschillende kleuren
- overtrekken eigen portretfoto met dikke markeerstift
- verven met waterverf in drie verschillende kleuren
| |
Afronden
| ||
Reflectie
/Nabeschouwing |
Nabespreken
|
Reflecteren
We gaan alle schilderijen bekijken en kijken wat goede keuzes zijn m.b.t. kleurgebruik. Hoe komt het dat je bij sommige niet goed meer kunt zien wie het is?
We hangen alle schilderijen op in de klas.
|
Beoordelen
|
Beoordelingscriteria (matrix)
|
Beoordelingsmatrix
|
Onvoldoende
|
Voldoende
|
Goed
|
Weghalen details
|
Teveel details weggehaald waardoor niet meer zichtbaar is wie persoon is.
(1 punt)
|
Is een beetje zichtbaar wie de persoon is.
(3 punten)
|
Goede details weggehaald, goed zichtbaar wie de persoon is.
(5 punten)
|
Overtrekken
|
Portret is slordig overgetrokken.
(1 punt)
|
Aantal foute lijnen met overtrekken van het portret.
(3 punten)
|
Portret is netjes overgetrokken.
(5 punten)
|
Schilderen met waterverf
|
Geen drie kleuren gebruikt.
(1 punt)
|
Ongelijkmatige verdeling van verschillende kleuren.
(3 punten)
|
Goede verdeling van de drie kleuren.
(5 punten)
|
Cijfer
|
3 pnt = 2
|
9 pnt = 6
|
14 pnt = 10
|
STUDENT PABOKLAS
Fleur van Velzen PLV2C
STAGEBEGELEIDER
Erica Verhoog
|
STAGEGROEP
Groep 8
LESACTIVITEIT
Beeldende vorming
|
STAGESCHOOL
/ |
DATUM
/
LESDUUR
80 minuten
|
STARTPUNT VAN VOORBEREIDING
| |
BEGINSITUATIE
|
De leerlingen weten nog niks van pop art.
|
LESDOEL(EN)
|
De leerlingen maken van een tekening van een portretfoto in de stijl van pop art, ze trekken hun eigen foto over en kleuren hem in met twee verschillende kleuren.
|
EIGEN LEER-
DOEL(EN)
|
Duidelijke instructie geven.
|
FASE
|
LEERACTIVITEIT
|
DID. WERKVORMEN
|
MATERIALEN
|
ORIENTATIE /
OPENING
tijdsduur:
10 minuten
|
Van tevoren heb ik van elke leerling een foto gemaakt en deze bewerkt op de website http://www.dupmpr.net/, met photo to scetch. Deze foto’s heb ik uitgeprint en meegenomen naar school. Ik laat in de klas een aantal van de foto’s zien op het digibord. We bespreken wat onderdelen van de tekening.
- Waaraan herken je de leerling?
- Wat zijn de meest belangrijke onderdelen van het gezicht?
- Welke lijnen zijn nog meer belangrijk?
|
Interactieve werkvorm
|
Fototoestel, bewerkprogramma op internet, printer.
|
UITVOERING/
KERN
tijdsduur:
60 minuten
|
De leerlingen krijgen dan allemaal de geprinte tekening van hun eigen foto. De leerlingen krijgen allemaal een fineliner en moeten de belangrijkste lijnen in de tekening overtrekken. Ze moeten keuzes maken omdat het straks met een dikke markeerstift wordt overgetrokken en daarbij details niet mogelijk zijn. Ze kunnen dus geen haren tekenen, maar alleen de contouren ervan. Ook moeten ze bepaalde gezichtslijnen zoals de mond en neus niet vergeten. Als de leerlingen klaar zijn met overtrekken lopen ze naar het raam met hun tekening, dan kunnen ze de tekening tegen het raam houden en hem overtrekken met potlood. Doordat ze het dikke papier eroverheen leggen zijn de details van de tekening eronder niet meer zichtbaar. Als de leerlingen klaar zijn lopen ze terug naar hun tafel en kunnen ze hun nieuwe portret bekijken. Lijkt het op jou?
Nu kunnen de leerlingen een dikke zwarte markeerstift pakken en de potloodtekening overtrekken. |
Opdrachtsvorm
|
Dik wit a4 papier, geprinte foto’s leerlingen, zwarte fineliners, zwarte markeerstiften, waterverf.
|
AFSLUITING
tijdsduur:
10 minuten
|
We kijken samen naar de portretten die de leerlingen hebben gemaakt. Hoe is het gegaan? Wat was er moeilijk? Wat ging erg goed?
Dan stel ik nog wat vragen over bepaalde werken van leerlingen, bijvoorbeeld wat er opvalt aan de schilderijen en hoe dat komt.
Ik laat op het eind een foto zien van een portret schilderij van Andy Warhol, vertel dat de leerlingen zijn werk hebben nagemaakt. Ik vraag wat de overeenkomsten zijn? Dan vertel ik de leerlingen dat we de volgende les meer uitleg krijgen over Andy Warhol.
We hangen de schilderijen op in de klas. |
Interactievorm
|
Schilderijen van de leerlingen, foto van schilderij Andy Warhol.
|
Voorbereiding
|
Context
|
Belevingswereld
Het maken van een poster en computer gebruik spreekt kinderen aan, omdat ze het leuk vinden om de computer te gebruiken als zoekmachine en de resultaten mooi op de poster te zetten.
|
Basisplan
|
Opdracht en randvoorwaarden
De leerlingen zoeken informatie op over Pop art. Met deze informatie maken de leerlingen een poster.
| |
Doelen
|
Beeldend doel:De kinderen kunnen beeldaspecten benoemen van de kunststroming Pop art.
Technisch doel:
De leerlingen leren het inzetten van de computer voor het verzamelen van informatie.
| |
Receptie
/Oriëntatie |
Introduceren
|
Beeldcultuur
Om de les in te leiden maak ik een tentoonstelling aan materiaal wat bij de kunststroming Pop art hoort. Ik vraag de kinderen en groepjes te noteren wat zij allemaal zien.
|
Productie
/Uitvoering |
Observeren
| |
Begeleiden
|
Werkprocessen- experimenteren met het vinden van de juiste informatie
- experimenteren met de inrichting van de poster | |
Afronden
| ||
Reflectie
/Nabeschouwing |
Nabespreken
|
Reflecteren
Wij bekijken de presentaties van ieder groepje.
|
Beoordelen
|
Beoordelingscriteria (matrix)
| |
Presenteren
|
Presentatievorm
Een presentatie geven aan de hand van de gemaakte poster.
|
Beoordelingsmatrix
|
Onvoldoende
|
Voldoende
|
Goed
|
Geschiedenis Pop art
|
De geschiedenis wordt niet of nauwelijks besproken.
(0 punten) |
Delen van de geschiedenis worden besproken.
( 2 punten) |
De geschiedenis wordt volledig besproken.
( 4 punten) |
Mening Pop art
|
Niet alle leerlingen geven hun mening. (0 punten)
|
De leerlingen vertellen wat ze mooi/niet mooi vinden.
( 2 punten) |
De leerlingen vertellen wat ze mooi/niet mooi vinden en leggen uit waarom.
( 4 punten) |
Poster
|
De poster is onduidelijk.
(0 punten)
|
De poster is leesbaar
( 2 punten) |
De poster is duidelijk en goed leesbaar.
( 4 punten) |
Cijfer
|
0 punten = 1
|
6 punten = 6
|
12 punten = 10
|
STUDENT Maaike van der Voort PABOKLAS PLV2C
STAGEBEGELEIDER Marjon Heintjes
|
STAGEGROEP 1-2A
LESACTIVITEIT Beeldende vorming
|
STAGESCHOOL De Klarinet
MENTOR
|
DATUM
LESDUUR 90 minuten
|
STARTPUNT VAN VOORBEREIDING
| |
BEGINSITUATIE
|
De leerlingen zijn nog niet thuis in de kunststroming, Pop art.
Een aantal leerlingen zal wel al enige kennis hebben over de kunstvorm. |
LESDOEL(EN)
|
De leerlingen creëren een beeld van wat Pop art is. Belangrijke kenmerken en personen van de kunststroming worden duidelijk.
De leerlingen zijn instaat een multimediapresentatie te maken en te presenteren. |
EIGEN LEER-
DOEL(EN)
|
De kinderen op een inspirerende manier kennis over de kunststroming Pop art vertellen.
|
FASE
|
LEERACTIVITEIT
|
DID. WERKVORMEN
|
MATERIALEN
|
ORIENTATIE /
OPENING
tijdsduur: 30 minuten
|
De leerkracht vraagt aan de kinderen wat ze de vorige les gedaan hebben. Vervolgens verteld de leerkracht dat de leerlingen de vorige les een werkstuk hebben gemaakt van de kunststroming Pop art. De leerkracht verteld de leerlingen dat zij vandaag de kenmerken en bekende personen van de kunststroming Pop art gaan leren. De leerkracht heeft voor de klas beeldmateriaal tentoongesteld. Het is de bedoeling dat er rondom het werkgebied van de leerkracht voldoende beeldmateriaal staat. Denk aan schilderskunst, collagekunst in 2d en 3d, beeldende kunstwerken, boeken en afbeeldingen van personen die in de Pop art wereld thuis horen. De leerkracht verdeelt de klas in groepen. De grote van de groepen is afhankelijk van het aantal leerlingen in een klas. Nadat de groepjes zijn ingedeeld vraagt de leerkracht of de leerlingen kunnen benoemen wat zij zien. Het is de bedoeling dat ze gaan bekijken wat voor beeldende aspecten zij zien. Ze krijgen tien minuten de tijd om dit te bespreken in het groepje. De leerlingen mogen ook naar het materiaal toelopen om het beter te kunnen zien. Als de tien minuten op zijn bespreken wij klassikaal de bevindingen van elk groepje. De bevindingen worden door de leerkracht in een woordweb opgeschreven. De gehele kunstbeschouwing staat na afloop van de nabespreking op de woordweb. Wanneer de kunstbeschouwing is afgerond vertelt de leerkracht over de geschiedenis van Pop art. De leerlingen krijgen een kijkje in het ontstaan van de kunststroming, waar komt Pop art vandaan en waarom is het ontstaan? Vervolgens laat de leerkracht beeldmateriaal zien van invloedrijke personen als: Roy Lichtenstein en Andy Warhol.
|
Opdrachtvorm
( de kinderen gaan het materiaal bekijken)
Instructievorm
( de kinderen luisteren naar de uitleg over Pop art) |
- Voorbeeld van schilderkunst
- Voorbeeld collagekunst in 2d en 3d
- Beeldende kunstwerken
- Afbeeldingen van bekende personen.
- Boeken over Pop art.
- A3 vel voor de woordweb
|
UITVOERING/
KERN
tijdsduur: 40 minuten
|
De leerkracht vertelt dat de leerlingen in groepjes van vier een presentatie gaan geven over Pop art. De leerlingen gaan tijdens deze presentatie een antwoord geven op de vraag: ‘’ Wat is volgens jullie Pop art?’’ De leerkracht geeft de volgende richtlijnen: de presentatie duurt niet langer dan vijf minuten, er wordt kort ingegaan op de geschiedenis van Pop art in het algemeen of specifiek gericht op een kunstenaar of land. Elke leerling geeft een korte uitleg wat hij of zij vindt van Pop art. De presentatie wordt beeldend gemaakt door het maken van een poster. Voor het vinden van informatie mogen de leerlingen de computer gebruiken.
|
Opdrachtvorm
|
- Computer
- A3 vel
- Schaar
- Lijm
- Stiften
|
AFSLUITING
tijdsduur: 20 minuten
|
Als afronding van de introductie worden er presentaties gegeven. Elke presentatie wordt kort beoordeelt door de leerkracht. De leerkracht kijkt naar het vertelde, is dit correct? Wanneer nodig geeft de leerkracht extra sturing zodat de kennis over de kunststroming correct overgenomen kan worden. Ook geeft de leerkracht een beoordeling voor de poster. Hierbij wordt gekeken naar: beschrijving van een aantal kenmerken bij de afbeeldingen, kleur gebruik en wel of niet een duidelijke link met Pop art.
|
Instructievorm
|
- Gemaakte poster door de leerlingen
|